Duivenlog.nl Duivenlog.nl Duivenlog.nl Duivenlog.nl
De oriëntatie en navigatie van duiven opgehelderd
 

Populairwetenschappelijke uiteenzetting over het vraagstuk:

HOE VINDT DE POSTDUIF ZIJN WEG
Door: W.G. van Laren (mei 2012)
Dit stuk over een veelbesproken onderwerp, namelijk, hoe vindt een postduif zijn weg terug, is ingezonden door W.G. van Laren. Hij is een oud artillerieofficier, en daardoor  enigszins vertrouwd met zaken als landmeterij, het aardmagnetisch veld, oriënteren van een richting, zon en sterren. Nadat hij zich een tiental jaren met de hobby vogelfotografie heeft beziggehouden, kreeg hij een warme belangstelling voor de vogels. In de jaren 90 is hij gestart met een onderzoek naar het raadsel van de postduiforiëntatie. Na een aantal jaren stopte hij met het onderzoek, maar in 2011 zette hij het  amateuronderzoek toch weer voort onder het motto: ‘iemand moet het ooit toch vinden’!

  1. Tijdens het opgroeien van de jonge  duif, in- en om het hok, went het dier aan de onafgebroken aanwezigheid van  magnetische krachten, zoals die in die omgeving optreden. Deze  krachten (om redenen van wiskundige aard als drie aparte krachten gezien) worden door de observatoria, die zich bezig houden met metingen van het aardmagnetisme, aangeduid als  veldcomponenten X, Y en Z; (zie de grafische voorstelling  in de afbeelding). Uit metingen is gebleken, dat component X (gericht op de geografische Noordpool), afneemt in Noordelijke- en toeneemt in Zuidelijke richting en dat component Y (oostwaarts gericht), afneemt in Westelijke- en toeneemt in Oostelijke richting. Component Z, verticaal  gericht, speelt in dit betoog geen rol.
  2. De duif  blijkt - net als trekvogels - ijzer in het bloed te hebben en wel 200 mg/l en is uitgerust met magnetische receptoren (in ogen en bovensnavel) zijnde de ‘voorzieningen’ (organen), waarmee magnetische krachten kunnen worden ‘aangevoeld’.  Het bovengenoemde gewenningsproces houdt dan ook in, een opslaan (in het geheugen) van de waarden van die componenten daar; het dier heeft natuurlijk geen weet van de absolute waarden (natuurkundige waarden) maar is daarna zeer wel in staat een vergelijking te maken met andere waarden van die genoemde componenten, als die zich voordoen en zal in voorkomend geval dan de dominante neiging hebben, zich te willen verplaatsen in die richting, die een verandering naar de oude, vertrouwde waarden  teweegbrengt - een en ander geschiedt uiteraard instinctmatig en zou ‘automatisch’ kunnen worden genoemd.
  3. Tijdens de verplaatsing in de vrachtauto naar de lossingsplaats veranderen de magnetische componenten X en Y met de afstand. De duif merkt dat, maar kan pas gevolg geven aan de instinctieve drang tot ‘terugdraaien’ bij de lossing. Dat gebeurt daar dan ook spontaan - alle duiven lijken onmiddellijk op weg te gaan - er blijft geen enkele duif op de lossingsplaats achter!
    Het instinct heeft ‘vastgesteld’ dat component X daar groter is dan thuis - dat betekent NOORD gaan (om te verminderen) en dat component Y kleiner is, wat OOST gaan betekent, (om  te vermeerderen). De duif maakt eventueel een proefrondje, waarbij blijkt dat een NO koers het beste met de instinctieve drang correspondeert - de duif kiest het juiste kwadrant en verdwijnt in NO richting.
  4. De gekozen koers is dus een benadering van de precieze koers—maar bijstellend en steeds wat corrigerend, komt het bekende gebied (van vroegere eerste rondvluchten ) steeds dichterbij -tenslotte zal de duif het terrein herkennen en zijn hok vinden.

Toelichting op andere meningen
Over het onderwerp ’hoe vindt de duif zijn weg’, is in de loop van de tijd heel veel geschreven, ook door academici;  zonder namen te noemen en misschien ‘ter lering ende vermaek´ de volgende bloemlezing:

  • de duif zou tijdens de reis in de vrachtauto, indrukken/geografische gegevens, over de route bijhouden, om die dan later  bij de lossing te kunnen gebruiken om zijn hok weer terug te vinden.
  • de duif, zou na de lossing, middels de geur van zijn hok kunnen thuiskoersen
  • de duif heeft een biologische klok
  • de duif heeft een kompas
  • de duif gebruikt navigatiekaarten
  • de duif gebruikt de zon
  • de duif en zijn hok, zijn door ”elastiek” verbonden
  • de duif is helderziende
  • de duif gebruikt etherkrachten
  • een analyse van een mislukte proef

Vooraf, stel ik, deze gedachten en veronderstellingen niet belachelijk te willen maken, maar wel als  onjuist te kwalificeren. Natuurlijk zijn ze ontstaan, omdat men de werkelijke gang van zaken niet kende en zich toch verplicht voelde, een aannemelijke verklaring te geven.

Ad a) 
Naar mijn mening is de heenreis in die vrachtauto van dien aard, opgesloten in een mand, vele uren onderhevig aan beweging, motor- en verkeerslawaai  en dat alles zonder uitzicht, dat de idee, dat de duif dan ook nog in staat zou zijn, op geheimzinnige wijze  allerlei gegevens over de route op te slaan, om die dan later voor de thuisvlucht te kunnen gebruiken, naar het rijk der fabelen kan worden verwezen.
Ad b)
De Italiaanse hoogleraar biologie, die van een aantal prachtige duiven de reukzenuwen doorsneed om zijn punt te bewijzen (o, schande !) had toch beter moeten weten: hier te lande weet een kind al, dat het natuurlijk onmogelijk is, dat een geurtje van een hok over honderden kilometers merkbaar kan zijn en al helemaal niet als de wind ‘andersom’ is (ook niet, als we rekening houden met  soms buitengewone en onvermoede zintuiglijke prestaties van dieren).
Ad c)
Een klok kan niet dienen om te navigeren, hoogstens zou, het tijdstip van culminatie van de zon (het bereiken van het hoogste punt in de dagbaan) kunnen worden vastgesteld, waarna uit tabellen dan de geografische lengte kan worden gevonden - echter NIET de geografische breedte, zodat de positie niet bepaald kan worden en al helemaal niet de te volgen koers – bovendien lijkt het me, dat de duif de nodige moeite zal hebben tabellen te raadplegen …
Ad d)
Een kompas is een instrument om te kunnen zien waar het noorden is, maar de geleerde auteurs, die dit als verklaring voor het oriëntatievermogen aanvoerden, vergeten één ding: de duif weet niet waar hij is en het vermogen, om te kunnen zien waar het noorden is (meer niet), is nutteloos, als je niet weet of je hok, noord, oost, zuid of west van je is.
Ad e)
De navigatiekaarten krijgen in de ‘verklaringen’ ruime aandacht - ik verwijs hiervoor naar ad a); de kennis van het ‘bekende terrein’ heb ik in mijn oplossing van het vraagstuk  genoemd  en is zeker belangrijk, om in de laatste fase van de thuisvlucht het hok te vinden - maar  kan natuurlijk geen verklaring zijn voor het bepalen van de thuiskoers, aan het begin van de vlucht.
Ad f)
Omdat de zon, natuurlijk een geweldig en voor de hand liggend natuurfenomeen is, zijn vele  pogingen gedaan, om daarmee het raadsel van het oriëntatievermogen op te lossen; in ad c) bleek, dat de thuiskoers niet aan de zon ontleend kan worden - blijft de vraag, of de zon dan wel als middel kan dienen om een koers aan te houden; stel dat op de lossingsplaats de zon schijnt en dat het tijdstip voor de lossing bijna is aangebroken; wij (mensen) bepalen dan de koershoek tussen de richting naar de zon en het midden van het ‘woongebied’ van de duiven in Nederland (een gemiddelde koershoek dus) stel die hoek is 115 graden; als de duif dus 115 graden aanhoudt, tussen de zon en de koers, vliegt hij precies goed. Maar hoe, moeten wij ons voorstellen, wordt deze koershoek aan de duiven mee gegeven? Aanname, dat de duif dat zelf wel zal uitzoeken/weten is niet relevant, want de duif weet immers niet waar hij is en kan dus onmogelijk - ook niet instinctmatig - te weten komen, hoe groot die hoek is. Stel nu echter, dat op de een of andere wijze, toch die koershoek kan worden gebruikt - dan moet de duif wel de zon blijven waarnemen en al vliegend uiteraard, steeds die koershoek toepassen – alweer: een onmogelijke opgave, zonder vast opgestelde  hoekmeet-apparatuur en die heeft de duif echt niet.  Ik moet hier concluderen:  het is om meerdere redenen ondenkbaar (lees: onmogelijk) dat het dier, vliegend, urenlang, door schatting, een gegeven hoek met de zon kan aanhouden. De hardnekkige veronderstelling, dat dit wel zo is, komt naar mijn mening voort uit een soort hulpeloosheid en frustratie, wegens ons falen het probleem te doorgronden, waarbij men dan, om toch een oplossing te hebben, de duif eigenschappen gaat toedichten, die niet thuishoren bij de vermogens van dieren. Als extra moeilijkheid moet dan ook nog, door de ‘draaiing’ van de zon, de koershoek continu worden bijgesteld en wel  met 360:24 = 15 graden per uur. Als dit niet zou gebeuren, wordt de afwijking steeds groter, bijvoorbeeld na drie uur vliegen is de koershoek al 160 graden; echter, als koersen op de zon al onmogelijk is, is het toch zinloos, om ons te gaan verdiepen, hoe de duif die correctie zou kunnen hanteren.
Om ook bij bewolkt weer de zon (volgens deze veronderstellingen) toch te kunnen gebruiken, kwamen gepolariseerd licht en ultraviolet licht naar voren. Al deze ”theorieën” kunnen naar mijn inzicht worden geschrapt, als niet ter zake - ook al, omdat vele malen is gebleken, dat de duiven, ook bij zwaar-bewolkt weer, normaal thuiskomen.
Een veel besproken en gebruikte variant is over het zogenaamde zonnekompas; de duif zou in zijn standplaats, de positie van de zon op alle tijdstippen kennen en dit gebruiken bij de lossing - dus uit een vergelijken van de plaats van de zon op de lossingslaats, met de plaats van de zon, zoals die op hetzelfde tijdstip thuis staat, conclusies trekken voor de te volgen koers. Ik laat de technische uitvoerbaarheid even in het midden, maar beschouw het probleem voor de duif, om al die waarden  ‘uit het hoofd te leren’.  Immers, zomerdagen, tellen wel 15 uren daglicht - stel dat de positie van de zon elk uur moet worden onthouden, dat zijn er al 15 per dag - dat zijn er al 450 per maand, enz; bovendien wijzigt de stand van de zon op hetzelfde kloktijdstip elke dag, omdat de daglengte wijzigt (zon op,  op 21/3  in kompashoek 90 graden - zon op , op 21/6 in kompashoek 45 graden,  het verschil van 45 graden wordt  steeds ‘uitgesmeerd’ eerst aangroeiend, later afnemend; de idee, dat een duif dat allemaal kan onthouden en toepassen, gaat naar mijn inzicht het redelijke ver te boven;  weer, gaat men hierbij het dier eigenschappen toedichten, die niet bij dieren horen; bovendien zou een toepassen hiervan, toch weer  een koersen op de zon impliceren, wat hierboven als ‘onmogelijk’  is  aangemerkt.
Ad g)
De Engelse bioloog Shelldrake, kwam in de jaren 1980-1990 met ideeën, als zou de duif door een soort elastiek met zijn hok zijn verbonden; hoewel zijn zienswijze aanvankelijk goed werd ontvangen, bleek die zienswijze onjuist en onhoudbaar, mede door het werk van de Utrechtse hoogleraar Nuboer.
Ad h)
Ooit dacht ik, dat mogelijk de duif een eigenschap bezit, die wij mensen niet kennen. Noem het helderziendheid; hoewel eigenlijk tegen beter weten in (en als nabootsing van het duivenvraagstuk), zelfs een proef gehouden met iemand die zei helderziend te zijn: deze proefpersoon bleek NIET  in staat, om geblinddoekt en in het donker, naar een aantal plekken rond zijn woonplaats gebracht te zijn, daar de richting aan te geven naar zijn huis (hok).
Ad i)
‘etherkrachten’ zijn mij onbekend. Mogelijk bedoelde de auteur ook een vorm van helderziendheid.
Ad j)
In de jaren 90 werd een bijzondere proef gehouden; er zou een marineschip naar het Caribische gebied gaan, ik meen voor allerlei metingen van zeestromen, dieptes, etc. De initiatiefnemers zijn mij niet bekend, maar feit is, dat, natuurlijk na toestemming van de marine, op dat schip, enige tijd voor het vertrek van die reis, een paar duiven werden gehuisvest; de dieren wenden dus enige tijd aan de locatie in de haven. Het plan was nu, om tijdens de reis, ergens op de Atlantische oceaan, een duif mee te nemen in een kleine motorboot, die, vanaf het schip zou wegvaren,  tot ruim ‘over de horizon’ om dan de duif te lossen;  men wilde  nagaan, of die duif  het hoofdschip weer zou terugvinden. Met toepassing van mijn oplossing: dat zal niet gebeuren, want de duif  kan nog niet gewend zijn aan die positie van het schip, ergens op zee en zal dus geen instinctmatige koers kunnen aannemen en aanhouden. De duif zal dus niet kunnen terugkomen op dat  schip.

En inderdaad, mislukte de proef in zoverre, de duif  kwam niet terug, of de geloste duif dan wel  terugkwam in de haven, waar het schip enige tijd lag, is mij niet bekend.

 
Gepost door: Wiebren van Stralen op maandag 9 juli 2012
Zonder nadrukkelijke voorafgaande schriftelijke toestemming van Duivenlog.nl is het niet toegestaan materiaal van Duivenlog.nl te publiceren, kopiëren of reproduceren voor gebruik op uw website of die van iemand anders.
 
Terug
Nieuwsbrief
Wilt u op de hoogte worden gehouden van nieuws en activiteiten van Duivenlog.nl?
Meld u dan nu aan bij de Nieuwsbrief.


Agenda
Binnenkort beschikbaar.


Archief
Klik hier voor het complete archief van Duivenlog.nl


Laatste berichten
Mooie prikkelvideo
Heilige geest?
Zo grijs als een duif
De oriëntatie en navigatie van...
Herstellen als een topsporter ...
Duivenkunstenaar
De weg van het minste welzijn....
Duifmeneer is een held
Iron Mike de melker
Duiven van het kunstje
Coach Vinny selecteert de topd...
Britse duivengeschiedenis in B...
Duivensport Taiwan op NatGeo
Rondvlucht met duif
Zelfmoordbrief per postduif
Valken bedreigen duivensport M...
TNT postduif
Gedicht : de duivenmelker
Gedrogeerde duiven echte hoogv...
Imago duivenmelker


Links
Binnenkort beschikbaar.