
Heel veel dieren kunnen worden geplaagd door de parasieten die we onder de verzamelnaam Coccidiose scharen. Het gaat dan om leden van de families Eimeria en Isospora. De verschillende ondersoorten verschillen sterk in ziekteverschijnselen die ze oproepen en virulentie (kwaadaardigheid). Allebei de soorten kenmerken zich door dezelfde levenscyclus:
- De gastheer raakt besmet door opname van oöcysten, die zijn uitegescheiden met de mest van een reeds eerder besmette gastheer.
- De oöcyst leeft in de dunne darm, waar de sporen die in de oöcyst zitten, vrijkomen.
- De sporozoiten penetreren de cellen van de dunne darm van de gastheer en planten zich ongeslachtelijk voort.
- Bij iedere generatie van ongeslachtelijke voortplanting worden heel veel merozoïten gevormd, deze verlaten de cel en infecteren nieuwe cellen. In dit stadium van infectie wordt grote schade aan de darmcellen veroorzaakt.
- Sommige merozoïten transformeren in gametocyten. De gametocyten veranderen weer in gameten.
- De gameten smelten samen tot zygoten, die zich vervolgens weer ontwikkelen tot een nieuwe oöcyst. De ontwikkelde oöcyst verlaat de cellen van de gastheer en komt vrij met de mest.
- De uitgescheiden oöcyst is nog niet besmettelijk, maar moet eerst een aantal dagen tot weken "rijpen", wat betekent dat zich sporen, of sporozoïten gaan vormen in de oöcyst.
- Deze volwassen of gesporuleerde oöcyst is vervolgens weer besmettelijk voor de volgende gastheer die met de mest in aanraking komt.
De ongeslachtelijke voortplanting van de parasiet in de cellen van de gastheer houdt een keer op. Na een veelheid aan generaties stopt de parasiet uiteindelijk met vermenigvuldigen, de gastheer houdt op met uitscheiden van oöcysten en raakt uiteindelijk vrij van infectie.
Levenscyclus van Coccidiose

Een ongesporuleerde oöcyst. 35-50 µm.
 
Een gesporuleerde oöcyst, deze bevat twee sporozoïten, typisch voor isospora. Ernaast een exemplaar wat typerend is voor Eimeria.
 
In histologische (weefsel) foto laat de ontwikkeling zien van schizonten (Links) en ernaast ingezoomd op de merozoïten:
 
Bij postduiven zijn twee Eimeria-soorten verantwoordelijk voor de ziekteverschijnselen:
- Eimeria labbeana
- Eimeria columbarum
Bij kippen zijn er juist negen Eimeria-stammen bekend, waarvan vijf kwaadaardig:
- Eimeria tenella (blindedarm-coccidiose)
- Eimeria acervulina
- Eimeria necatrix
- Eimeria maxima
- Eimeria brunetti (allen dunne darm coccidiose)
Het rijpen van onbesmettelijke oöcysten gaat het snelst in een warme, vochtige omgeving. Onder gunstige omstandigheden kunnen deze oöcysten buiten het lichaam jarenlang in leven blijven.
|