De Haagse duivenmelker Loyd Schuilenburg is in een paar dagen tijd een wereldwijd fenomeen geworden. HOE dat komt is geschiedenis, HOElang het zo blijft de grote vraag. Feit is wel dat het filmpje wat TV West opnam om de 'tilduivensport' van Loyd te tonen een enorme hit werd, zeker toen daarna mensen alles wat klinkt als 'hoe hoe' in nummers en clips te vervangen door Loyd met z'n typische koerbeweging. Het begon met deze TV-WEST reportage:
Talloze parodiëen zijn er inmiddels op internet, Dumpert.nl heeft er heel wat verzameld De Zwarte Vogel heeft weer een mooi stuk publiciteit! Gefeliciteerd mannen!
Gepost door: Wiebren van Stralen op maandag 16 januari 2012 Zonder nadrukkelijke voorafgaande schriftelijke toestemming van Duivenlog.nl is
het niet toegestaan materiaal van Duivenlog.nl te publiceren, kopiëren of
reproduceren voor gebruik op uw website of die van iemand anders.
De donkere dagen - Willem Mulder
De donkere dagen…
De tijd van hokken verbouwen is grotendeels weer achter de rug. Ook op eigen hok was er flink wat werk aan de winkel. Door de verkoop van de slagerij werd het weduwnaarshok verplaatst en een nieuw jonge duivenhok aangebouwd. In de zomer bleef het maar regenen en dan is er voor precisie van de verluchting te weinig aandacht. Het regent maar door, dus hup…de pannen er snel op. De resultaten waren met de oude duiven dan nog wel redelijk maar de jongen lieten het afweten door ornithose. Er werd een plan gemaakt hoe we het zouden aanpakken. Voor de jonge duiven creëerden we het open doos systeem. De ramen van hermelijngaas Binnen werden inzetramen gemaakt met windbreekgaas. Die komen er steeds ´s avonds in. Ook het oude hok werd aangepakt. Weer dupanel tegen de pannen en een sleuf opening van 1½ cm onder het raam. Daarvoor aan de binnenkant een plank op een afstand van 1 cm. De nok werd weer verbreed en Tonny is er weer super tevreden over. Het is nu weer lekker fris in de hokken en we zijn tevreden over het resultaat. Nu maar afwachten hoe het vliegseizoen zal verlopen. Ja, vliegseizoen… Heel voorzichtig zijn de meeste liefhebbers daar al weer mee bezig. Eerst kweken en dan gaat het alweer gebeuren. Kweken? Ja velen hebben al gekoppeld omdat het weer zo zacht was de laatste tijd. Wat zetten we bij elkaar? Daar kan je slapeloze nachten van krijgen. Goed op goed? Mooi op mooi? Dat is helemaal geen garantie. Geelogen zetten we op lichte ogen, een langere duif op een goede korte, een zachtere duif op eentje met wat te harde pennen etc. Aan de bouw mag niets mankeren en de bevedering moet super zacht zijn. Mooi op mooi levert vaak te zoete duiven op. Wel mooi, maar niet vliegen. Tentoonstellingsduiven worden het dan. Lijnenteelt? De tijd nemen om een goede lijn op te zetten? Of snel scoren en geld maken? Internet verkoop? Dat zijn zaken waar onze Willem zich niet mee bezig houd. We zijn alleen maar duivenliefhebbers. In de combinatie zijn de taken goed verdeeld. Willem houdt zich met het hok en met de voeding bezig.
Wat moet je aanhouden? Bertus Camphuis vertelde me eens dat hij een duif had die tegen de achterwand van het hok vloog. De duif vloog door het kleine invliegraam van 50 cm x 30, maar had nog zoveel gang dat hij niet op tijd kon afremmen. En als je er even niet op verdacht was, en je hoorde BOEM… dan was de “42” uit het Kromkoppel weer onverwacht vroeg. Dat zijn duiven die naar huis willen en die wil ik aanhouden zei Bertus. Op karakter kweken noemde hij dat. Duiven die maar blijven draaien, nam hij snel afscheid van altijd.
Kweekvoer De Kerstkampioen, ons enige Nederlandse duivenblad, ligt nog op de tafel. Deze keer veel aandacht voor de nationale Kampioenen en die verdienen dat ook. Mooi initiatief. Ook veel advertenties van de voerfabrikanten vallen op. De suggestie wordt gewekt, dat aan voer veel geld wordt verdiend. Ik weet wel beter. Eens kijken… super prijzen en ook nog eens Premium claims erop. Kijk ik naar de samenstellingen dan wordt ik er droevig van. In gedachten zie ik die duiven dit eten. Zij kunnen zelf niet kiezen maar moeten eten wat de pot schaft. Ik zie ze voor me.
Maar al het voer is toch wel goed tegenwoordig? Ik hoor het vaak op lezingen. Qua grondstoffen wel ja. Maar het is maar net hoe het is samengesteld. Achter de computer of in dienst van de behoefte van de duiven? Dat wordt weer bakken vol mais verzamelen uit alle hoeken en gaten. Ook de combinatie peulvruchten (eiwit) tot vetzuren is belangrijk. De peulvruchten blijven liggen… weer spuitende jongen…. Laten we ons dit nieuwe jaar alweer vangen door verkeerde keuzes? Gaan we alweer voor de korting of voor een betere kweek?
Van meerdere liefhebbers krijg ik de mededeling dat men van het ene voer 2 zakken moet voeren en van een andere hoogwaardige mengeling maar 1 zak. Hoe is dat mogelijk? Ja dat is wel een heel groot verschil natuurlijk en het zullen wel uitzonderingen zijn. Of niet? Het kan te maken hebben met de energetische waarde en de biologische waarde van het een en ander. We gaan eens een dergelijk voer maken en noemen het mengeling A: 30% mais, 20% tarwe, 15% milo en dari, 33% groene en gele erwten, 1% kardi en 1% zonnepitten. Op het oog zal het duidelijk op kweekvoer lijken. Maar wat is het oog van de mens als het om de vertering en opname van de duiven gaat? We gaan de mengeling eens analyseren: 3% vet, 14,5% ruw eiwit, 6,3% opneembaar eiwit, 2979 Kcal. per kilogram voer.
Kropmelk Na ongeveer 12 dagen broeden beginnen de hormonen van de duiven op te spelen en wordt er bij zowel de duivin als de doffer kropmelk geproduceerd. Die hormonen wekken het broedinstinct op. De bloedvaten worden zodoende gestimuleerd om zo warmte te ontwikkelen. Hetzelfde hormoon (prolactine) onderdrukt de paringsdrift tijdens het broeden en remt ook de eiproductie bij de dames af tijdens de broedperiode. De kropmelk heeft een extreem hoge voedingswaarde. Juist om die reden groeien de jongen zo snel. Naast stoffen die immuniteit overdragen van ouders naar het jong, beschikt de kropmelk over een zeer hoge dosering aan eiwitten en vetten. Alles wat deze binnenkrijgen zijn lichaamseigen stoffen. Volgens onderzoek (Corella Appuhn) zou de kropmelk geen koolhydraten bevatten. Als de ouderdieren een normale voermengeling krijgen, bevat de kropmelk dan 64.3% water, 18,8% Eiwit, 12,7% vet en 1,6% mineralen. Kijken we alleen naar de droge stof van de kropmelk dan komen we op de ongelofelijke gehaltes van: 52,4% eiwit en 35,6% vet. Als we van de kropmelk overgaan op vast voedsel zoals ons kweekvoer, dan is de overgang groot. Heel erg groot! Ons kweekvoer heeft een laag vochtgehalte (rond de 12%). Dit wordt dan wel geweekt, maar met een hooguit 17% ruw eiwitgehalte…En dan ook nog grotendeels uit veel peulvruchten….Het eiwitgehalte in peulvruchten is ongeveer 21% tot 24%. Het benutbaar eiwit uit de zojuist gemaakte mengeling was 6,3%. En 70% eiwit uit de peulvruchten kan de duif niet eens opnemen. Allemaal ballast. U ziet de duidelijke verschillen met kropvoer. Overgaan op een dergelijk kweekvoer is dus niet zo eenvoudig te verteren.
Duivenkorrels of kippenkorrels We kunnen natuurlijk een korrel aan het voer toevoegen of een voer kopen waar die korrel al in zit. In de korrel kan een goed opneembaar eiwit zitten. Des te hoogwaardiger en beter opneembaar het eiwit uit de korrel, des te beter doen de jongen het erop. We zien het direct: de jongen gaan groeien als kool. Aan te bevelen dus? Het is zeker een mogelijkheid om snel jongen groot te krijgen. Nadeel: als je er mee stopt, vallen de jongen vaak terug. De stofwisseling van dergelijke korrels gaat zo snel, dat het veel eerder verteerd is dan gewoon duivenvoer. De darm hoeft niets te doen voor de opname en wordt zodoende een beetje lui. Dat vermindert de darmperistaltiek (darmwerking). Te veel korrel gaat daardoor onbenut door de darm en kan vocht aantrekken in de dikke darm. waardoor dunne mest kan ontstaan. Daarom beveel ik liever een voer aan met een optimaal aminozuren patroon wat bestaat uit granen en zaden. Het kan dus wel goed gaan, maar het is niet mijn eerste keus.
Verschil in kweekvoer Sinds enige tijd heb ik mengelingen ontwikkeld met veel minder peulvruchten en een veel hoger benutbaar eiwit. Dergelijke kweekmengelingen bevatten duidelijk meer vetrijke zaden. Het is bekend dat alle vetrijke zaden ook veel goed opneembaar eiwit bevatten. Hierdoor krijg je veel minder mest en wordt het eiwit veel beter benut. Het hoger opneembare of benutbare eiwit en het veel hogere vetpercentage komen veel dichten bij de kropmelk. Zo worden spuitende jongen voorkomen. Laten we het mengeling B noemen. Verder bevat deze B mengeling minder dan de helft aan mais en peulvruchten. Een nadeel is wel, dat mengeling B. het hoogwaardige kweekvoer, minder geschikt is voor de volle bakmethode. Het beste zou zijn 2 tot 3 of 4 keer per dag voeren. Ze doen er ook langer over omdat er veel kleine zaden in zitten. Dat is niet erg, maar gewoon wel even wennen. Vooral voor de duivenmelker zelf. Als er nog voer in de bak zit, krijgen de duiven niets. Eerst alles opeten. Bij de volle bak methode zal er altijd wat in de bak blijven liggen. Maar de jongen groeien ondanks dat wel als kool. Na een dag of 6 moet u de duiven ringen. Zowel de jongen als ook de oude duiven worden op deze manier veel minder belast met afvalstoffen. En dat is hun direct aan te zien. Of we hiervan de helft minder hoeven voeren voor hetzelfde resultaat? Ik weet het niet. Het ligt eraan tegen welke mengeling je dat afzet. Maar duidelijk is wel, dat je veel minder voert met een beter resultaat
Getoaste sojabonen Sojabonen bevatten rond de 36% eiwit en het bevat veel methionine. Laat dat nu het aminozuur zijn wat in alle andere zaden en granen te weinig aanwezig is. Soja reguleert de bloedsuikerspiegel en de darmwerking. Het versterkt eveneens het immuunsysteem. Jammer dat duiven er niet zo gek op zijn en dat ze dan gemakkelijk blijven liggen bij een volle bak systeem. Kweekmengelingen met gehaltes aan sojabonen van 8% en meer zijn niet aan te bevelen,. Rauwe sojabonen zijn niet eetbaar, want ze bevatten giftige lectinen. Die kunnen het bloed aantasten. Daarom moeten de sojabonen eerst goed toasten (verhitten). Dat mag niet te lang gebeuren, maar ook zeker niet te kort. Het is vaker gebeurd, dat duiven zomaar dood gingen door te veel aan lectinen in het voer. Soja bevat ook een deel lecithine. Dat verbetert de doorbloeding van de hersenen. Hierdoor ondersteunt het een beter functioneren ervan.
Vetzuren Vetzuren moeten in balans zijn. Dit voorkomt darm en luchtwegeninfecties. De juiste balans versterkt zelfs het immuunsysteem, waardoor duiven minder snel ziek worden. Zonnepitten en Kardi hebben een volkomen verkeerde verhouding. Daarom moeten we daar voorzichtig mee zijn. Ze moeten altijd worden gecompenseerd met vetzuren die veel omega 3 bevatten. Dan komen we uit bij hennep, lijnzaad, koolzaad, raapzaad en ook getoaste soja. Kijken we nu naar de eerste goedkope mengeling, dan zien we een omega vetzuurverhouding van 48 : 1 terwijl we moeten proberen dicht bij de 2 : 1 te komen. Hersenen werken als een gecompliceerd netwerk van zenuwcellen die met elkaar kunnen communiceren via een soort boodschappenjongens, de neurotransmitters. Die brengen de boodschappen over. Voor een optimaal functionerend brein moeten de cellen goed werken en moeten de boodschappen goed worden overgebracht. Om dit te bereiken moeten de hersenen voldoende zuurstof én de juiste voedingsstoffen aangevoerd krijgen vanuit het bloed. Volgens onderzoek zou de duif zo ook beter met stressomstandigheden kunnen omgaan.
Verschillen De genoemde verschillen tussen mengeling A en mengeling B zijn enorm. Onoverbrugbaar eigenlijk en niet met elkaar te vergelijken. Het zou leuk zijn, als veel liefhebbers dit zelf eens gingen uittesten. Gewoon zelf kijken hoe dat werkt en hoe groot de verschillen zijn qua groei, mesthoeveelheid, activiteit van de duiven, hoeveelheid benodigd voer.
Gezondheid garantie voor prestaties Uiteraard is het zo dat de duiven optimaal moeten zijn voordat ze gekoppeld kunnen worden. “Ik koppel altijd na de Kerst, want dan ben ik vrij” is een vaak gehoorde kreet. Ik vraag me echter af of de duiven het er ook aan toe hebben. De duiven moeten worden gekoppeld als ZIJ het er aan toe hebben en niet wij. Alleen dan kunt u een optimale kweek verwachten. En een top kweek betekent een top duivenseizoen. Niet helemaal top betekent, veel gezondheidsproblemen en ellende.
Een goed kweekseizoen gewenst!
Willem Mulder
Gepost door: Wiebren van Stralen op dinsdag 3 januari 2012 Zonder nadrukkelijke voorafgaande schriftelijke toestemming van Duivenlog.nl is
het niet toegestaan materiaal van Duivenlog.nl te publiceren, kopiëren of
reproduceren voor gebruik op uw website of die van iemand anders.
Na de rui - Willem Mulder
Na de rui… De rui is voltooid. De laatste pen groeit er mooi in. Een pijnlijk gebeuren voor de duiven die laatste pennen. De duiven vliegen dan niet graag. En als we ze dan bekijken, zien we soms nog veel oude dons. En daar zijn we dan natuurlijk niet blij mee. Wat is er misgegaan? Zijn de duiven ziek geweest? Hebben we ze niet alles gegeven wat ze nodig hadden? De duiven hebben waarschijnlijk toch iets onder de leden gehad, of er zijn tekorten ontstaan in de verzorging. Wat nu? Kunnen we nog een truck bedenken?
Knoflook We zetten een liter water op en wachten tot het kookt. Dan snipperen we er een hele knoflookbol in en laten het geheel afkoelen. De werkzame stof alicine kan nu zijn werk doen. De volgende dag doen we 1 kopje vol van het knoflookwater in de drinkbak en vullen die aan tot er 1 liter in zit. De volgende dag doen we weer een kopje knoflookwater in de drinkbak en vullen die weer aan met gewoon water tot er weer 1 liter in zit. Zo doen we dat de gehele week. Dan gooien we het knoflookwater inclusief de stukjes knoflook weg. Het is dan erg sterk geworden. Week 1 zit erop.
In de volgende week koken we thee. Of we geven een kant en klare thee in het drinkwater. Dit gedurende de gehele week. De week erop volgend maken we week knoflookwater enzovoort. Daarnaast geven we de duiven wekelijks 2 x een goede gist over het voer. Biergist, of nog beter bakkersgist. Die haal je… juist bij de bakker. Die bakt daar zijn brood van. Het is veel waardevoller dan de meeste biergist soorten. Hoeveel? Per duif 1 gram bakkersgist. Stel u hebt 50 duiven die u het wilt geven. Koop dan 100 gram gist, genoeg voor 2 x . Na 1 week zijn de waardes van de bakkersgist namelijk dusdanig teruggelopen, dat het niet meer bruikbaar is. Elke week verste kopen dus. Er is ook gevriesdroogde bakkersgist. Daarvan geeft u 1 lepel aan 20 tot 25 duiven. Het beste eerst in een klein bakje door 1 lepel magere yoghurt of magere kwark mengen. Het papje over het voer geven en 15 tot 20 minuten laten drogen. Dan aan de duiven geven. Is het na 20 minuten nog niet droog, dan heeft u te veel kwark of yoghurt gebruikt.
Gespleten pennen Als de kwaliteit der veren niet goed is, dat wil zeggen gespleten veren of geen goede dichtheid van de veren, dan kan men zeggen dat de ruiperiode niet goed is verlopen. Met het trainen hoort u dan ook een sissend / fluitend geluid. Niet gezond geweest? Goedkoop voertje genomen? Weinig tijd aan besteed? Weinig bad gegeven? Niet best. Bij een goed verlopen rui is de duif soms wat aan de zware kant. In de winter kunnen deze duiven dan wat afslanken. Wintervoer of rustvoer is dan de aangewezen weg. En als de temperaturen wat hoog zijn, dan mag daar wel een flink deel gerst of paddy bij.
Wat doet een goed wintervoer? Een Rust of wintervoer dient de juiste combinatie te hebben tussen grote en kleine harde vezels en kleine en grote zachte vezels. Samen zorgen zij ervoor dat de achtergebleven voedingsresten van de vlieg en ruiperiode worden verwijderd. Dat levert de eerste 10 dagen af en toe dunne mest op. Maar dat is precies de bedoeling. Alle ongerechtigheden moeten er gewoon uit. Na een dag of tien hersteld zich de darm en de mest wordt weel steeds mooier. De goede voedingsstoffen worden daarna weer door de darmflora optimaal opgenomen. Voor een goede kweek hebben we die nodig. Al met al is het dus verstandig er gewoon 3 weken voor uit te trekken en daarna de duiven te gaan koppelen. We willen n.l. een betere kweek en niet een hok vol vraagtekens. Is de duif na de rui echter wat mager, maar ziet het verenpakket er wel redelijk goed uit? Dan kunt u het verenkleed nog verbeteren: U voert het beste een Rust of Wintervoer tot 2 weken voor het koppelen. Gedurende 14 dagen geeft u dagelijks een klein beetje levertraan over het voer. Ik adviseer u ook twee keer per week bakkersgist te geven. Indien uw duiven nu wat aan de schrale kant zijn, zien we nog wel eens mest pikken. Geeft ze dan gerust meer voer zodat ze wat ronder worden. Geef daarnaast voldoende mineralen en 1 x per week een bad. U zult zien, dat met 14 dagen de duiven poeder op de vleugels krijgen. Kweken met duiven die niet goed door de rui zijn gekomen is onverstandig. Duiven die tekorten vertonen, zullen nooit optimale jongen afgeven. Kweekt u er toch van? Het levert meestal alleen jongen met problemen op. Veel ziektes, verliezen van het hok enz. Na een jaar hebt u er waarschijnlijk geen een meer van op het hok. Dus: waarom dan toch…Beter is wachten tot ze perfect zijn. Beter minder duiven kweken, maar dan wel goeie.
Colloïdaal zilver (CZ)* Een andere optie om de duiven goed gezond mee te houden is colloïdaal zilver of wel zilverwater. Wat is zilverwater? Dat zijn hele kleine deeltjes zilver. Met gedestilleerd water kun je dit zelf maken. Goedkoop en zeer effectief. Wat heb je nodig? Twee staafjes zilver en een zilverwater generator. Kijk maar eens op: http://www.colloidaalzilver.nl/pag3.html . Vroeger, toen penicilline nog niet was uitgevonden was dit een probaat middel tegen vele ziektes. Een aantal jaren hebben dit met een grote groep liefhebbers uitgetest. Via het internet magazine “Winning” kon men er zich destijds voor opgeven. We wilden weten of we de duiven op natuurlijke wijze schoon te kunnen houden van geel, coccidiose, wormen, circo virussen en ander soort gespuis.
Trichomonas Allereerst werd een langdurige test opgezet voor de bestrijding tegen het geel. Het is een van de hardnekkigste ziektes bij postduiven en veroorzaker van andere problemen of ziektes. Na vele test bleek 40 ppm (parts per million) de beste oplossing te bieden. Bij een duif die vol zat met trichomonas (trosjes van 5 stuks) hebben we 1.25 ml CZ puur in de krop gespoten. Na 45 minuten werd een keeluitstrijkje gemaakt met het volgende resultaat: geen trosjes meer, alleen maar eenlingen. Daarna opnieuw 1.25 ml gegeven en na 45 minuten weer een uitstrijkje gemaakt. Er was geen verschil met de eerste set. 1 dag later: Dezelfde duif opnieuw getest met als resultaat: trosjes van 3 stuks. Deze duif krijgt alleen CZ puur te drinken. De volgende dag: Dezelfde duif getest met als resultaat: enkele trosjes van 2 stuks. Weer 1 dag later: Na de test zijn er alleen maar eenlingen te zien door de microscoop. Een dag later: Nog heel af en toe een eenling te zien. Drie dagen later was het geel totaal verdwenen. De testen werden gedaan door Willem Deen te Hoogkerk, die veel ervaring had opgedaan met de microscoop.
Dit bleek niet een op zichzelf staande test te zijn. Ook vele testhokken bleken hun duiven in rustperiodes geheel schoon en super gezond te kunnen houden. In het vliegseizoen is het ook een goede hulp, maar bleek het niet geheel afdoende te zijn. De bacteriedruk is dan soms toch te groot en moet er af en toe toch worden ingegrepen. Ornithose kan goed worden bestreden met een druppel in het oog, gedurende een weekje en dan is het meestal wel over. Voor darmproblemen wordt dagelijks een eetlepel per drinkbak gegeven. De is eigenlijk gewoon water zonder smaak dus de duiven drinken het prima.
Ornithose anders bestrijden? Kunnen we zonder CZ de ornithose ook op een andere natuurlijke manier bestrijden? Jazeker wel. Ik geef u nog een natuurlijk alternatief: Neem een grote ui en haal het klokhuis eruit. Vul de ui met bruine basterd suiker. Het vocht wat er uitloopt opzuigen met pipet en een druppel in ieder neusgat van de duif spuiten. Na een paar dagen zult u resultaat boeken.
Schimmels en gisten Ook dat komt wel eens voor in deze tijd van het jaar. We zien dan afwisselend: waterige mest en daarna dikke, stinkende, groene, plakkerige mest. We kunnen dan wat appelazijn in het water doen, zodat ze een dag wat beter op de mest zijn (drinken minder) Ik adviseer om het voer gedurende 2 tot 3 dagen te wassen. Goed afdrogen en dan ´s avonds geven. Na een dag of 2 zou je duidelijk verbetering moeten zien. Er kunnen wellicht schimmels op een bepaald graan zitten. Zie je een melkachtige vloeistof in het water waarmee te het wast dan zijn het gegarandeerd schimmels en gisten. Helpt het niet, dan ander voer nemen en een kuur van Nystatine. Dit medicijn maakt schimmels en gisten kapot. Dat moet u wel halen bij de dierenarts.
Koppelen Als alles na de rui goed in verlopen en we denken de duiven te koppelen, dan is het verstandig alleen uit de beste vliegduiven te kweken en uit de bewezen kwekers te kweken. Duiven die bewezen hebben geweldig te kunnen vliegen en ook een optimaal foutloos lichaam hebben. Want alleen daaruit kun je wat verwachten. De rest? Daar kweek je veel, heel veel afvallers uit en af en toe een geluksvogel. Veel succes ermee.
Willem Mulder.
*noot redactie: Er is weinig tot geen onderzoek gedaan naar CZ, kritische geluiden zijn er genoeg. Die lees je bijvoorbeeld hier of hier of hier
Gepost door: Wiebren van Stralen op zaterdag 31 december 2011 Zonder nadrukkelijke voorafgaande schriftelijke toestemming van Duivenlog.nl is
het niet toegestaan materiaal van Duivenlog.nl te publiceren, kopiëren of
reproduceren voor gebruik op uw website of die van iemand anders.
Hebben duiven een wiskundeknobbel?
Wij wisten het natuurlijk allang, een duif afdoen als domme dakschijter is niet terecht. Sterker nog, qua intelligentie leggen peuters en apen het af, zo bleek al vaak uit onderzoek. Skinner kwam daar vroeger al achter, na kwamen hem nog vele andere wetenschappers die wat meer inzicht verschaften over het brein van duiven. Nu is er in Science een interessant onderzoek verschenen van de onderzoekers Damian Scarf*, Harlene Hayne en Michael Colombo, getiteld: "Pigeons on Par with Primates in Numerical Competence"
Ze lieten de duiven groepjes objecten op een beeldscherm zien, zoals op bijgaand plaatje. De duiven moesten dan de groepen rangschikken op het aantal objecten. De groepen bestonden steeds uit 1, 2 of 3 objecten. Ze moesten op de groep pikken in de juiste volgorde beginnend met die met het kleinste aantal objecten. De objecten waren telkens verschillend van grootte. De groep met de meeste objecten besloeg niet altijd een groter oppervlak. De duiven konden dus niet selecteren op het groepje dat het minste ruimte in nam, maar moesten echt kijken naar het aantal objecten.
Na een jaar trainen met de duiven begon het moeilijkere rekenwerk. Ineens moesten ze groepjes rangschikken met 1 tot en met 9 objecten. Dat bleken ze opvallend goed te kunnen. De resultaten, vandaag gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Science, waren even goed als bij een experiment met resusaapjes in de jaren '90. De onderzoekers denken dat het talent mogelijk wijdverspreid is onder vogels.
Gepost door: Wiebren van Stralen op donderdag 22 december 2011 Zonder nadrukkelijke voorafgaande schriftelijke toestemming van Duivenlog.nl is
het niet toegestaan materiaal van Duivenlog.nl te publiceren, kopiëren of
reproduceren voor gebruik op uw website of die van iemand anders.
Grote liefhebbers - een ramp voor de duivensport?
Grote liefhebbers, een ramp voor de duivensport?
Zo, net thuis……even een half uurtje met de hond lopen, snel eten en maar weer naar een vergadering. Kan allemaal net. Morgenavond hetzelfde verhaal. Op tijd zijn, want dan moet ik een wedstrijd tafeltennissen. Ik kom zojuist bij een duivenliefhebber vandaan, een goede en grote zoals dat heet. Even bijpraten hoe het gegaan is dit seizoen. Ik was hem al wel op teletekst tegengekomen maar ik had hem nog niet echt gesproken. Het seizoen is nu voorbij, dus de liefhebber zal nu wel volop tijd hebben… Ik had het kunnen weten. Het tegendeel is waar. Ik kom aan en er wordt hard gewerkt. Een hok van naar ik schat zo´n 22 meter lang. De verluchting wordt aangepakt, het dak geïsoleerd, alles wordt schoon gemaakt, er wordt geverfd. “Nog 5 meter zegt de liefhebber, dan ben ik er klaar mee”. Ja, ja, dat zal wel denk ik dan. Even uitblazen. Een kop koffie erbij. Hoe is het gegaan met de jongen? Van de 200 gekweekte jonge duiven zijn er uiteindelijk 70 overgebleven. Na een strenge selectie wel te verstaan. Zeventig jonge duiven die volgend jaar als jaarling mee moeten. Niet dat dit aantal daadwerkelijk zal worden gespeeld, want de winter komt nog voorbij en de roofvogel ook. Blij als er 40 bruikbare duiven gaan overblijven. Hopelijk zit er 1 goeie bij…
Kleine liefhebbers zijn vaak niet blij met de vele duiven die deze grote liefhebbers inkorven. Vooral als we er een paar van in de vereniging of in de naaste omgeving hebben. Ze bepalen voor een deel de trek van de duiven wordt er beweerd. En als we dan naar de uitslag kijken…daar is gewoon niet tegen te vliegen. Ze maken de duivensport kapot. “We gaan het anders doen”, was eens mijn voorstel naar een kleine liefhebbers die heel veel commentaar had. “U krijgt de beschikking over al die duiven van de grote liefhebber en u gaat er mee vliegen. De grote liefhebber mag met het aantal duiven vliegen waar u nu mee vliegt. Meer niet. Dan gaat u de uitslag bepalen. Akkoord?” Nee, niet akkoord. Weer worden een aantal redenen gegeven waarom dat niet gaat. Geen tijd genoeg…te veel werk… geen overzicht…te duur… enz. Doen we het anders zeg ik:"Alle extra kosten betaalt de grote liefhebber, maar dan moet u natuurlijk wel kampioen worden met zoveel duiven." De man gaat niet akkoord. Hij mostert nog wat na. Het is ook nooit goed. Maar dan moet je ook niet zeuren. En al zou het voorstel wel doorgaan, dan weet ik nu al wie er toch weer de uitslag gaat bepalen. De grote liefhebber is druk. Dag en (soms zelfs) nacht is hij in de weer om de duiven voor te bereiden voor de vluchten. Hij bekijkt de trainingen, leert ze op, voert ze, neemt waar, maakt schoon, motiveert, analyseert…. Vaak werken deze mensen er ook nog bij. Ik ken een ondernemer die van ´s morgens 5 uur werkt tot ´s avonds 7 uur of later. Hij komt met rood aangelopen hoofd op de club. “Ik moet nog even een klusje doen mannen. Er is even paniek in de tent, het spijt me, ik ben over een half uurtje terug”. Een half uur later: de ondernemer komt bezweet het clubgebouw binnen vallen. Wat een dag. Pffffffffffff. Is er koffie? “ Nee, die zou jij toch zetten was het antwoord van een van de liefhebbers die al een uur op zijn krent had gezeten, net als de rest van de dag. “Dat hadden we toch zo op de vergadering afgesproken”, bitste hij. Het was nog niet tot hem doorgedrongen, dat hij ook wel even koffie had kunnen zetten om de drukke zakenman te ontlasten. En welke duiven zagen er het best verzorgd uit bij het inkorven? En welke duiven wonnen met afstand de vlucht? Juist. Ook daar werd nog even de puntjes op de i gezet en de nodige aandacht aan besteed. Druk, druk, druk…maar toch weer de 1e prijs. Deze kleine liefhebber had veel meer tijd, want hij had veel minder duiven te verzorgen. Hij kon er gemakkelijk even tussenuit om ze op te leren. Dat heeft hij allemaal niet gedaan. Kennelijk liever lui dan moe. Het is zo gemakkelijk om met de vinger te wijzen. Maar de meeste grote liefhebbers zijn niet lui. Zij werken zich een slag in de rondte om uit te kunnen blinken. Altijd op zoek naar de beste duiven en de beste methodes. Ook veel kleine doen er alles aan om de duiven goed te verzorgen. Deze liefhebbers zie je dan ook terug in de top van de uitslag. Tussen de grote jongens. Want dat kan gewoon. Het kan een uitdaging zijn om er nog meer aan te doen. Die laten zich niet kisten en gaan er gewoon voor. Grote liefhebbers maken de sport niet kapot, maar de mannen die alleen maar commentaar hebben en geen kant op willen.
Natuurlijk kan ik me ook de frustratie wel voorstellen. Als twee liefhebbers de uitslag gaan bepalen. Samen 80% van alle duiven inkorven op de vereniging. En dan maar pronken met die uitslag. Maar dan vlieg je toch tegen jezelf? Dat kan toch niet de bedoeling zijn.
Balans De grote liefhebber dient oog te hebben voor de vele kleine. Hij moet snappen, dat anderen hun sport anders beleven. Niet iedereen heeft ook dezelfde mogelijkheden. Wat meer begrip en respect kan veel doen. De kleine liefhebber moeten zich wel realiseren, dat het veel moeilijker is om een hoog prijspercentage te halen als je veel duiven te verzorgen hebt. Doe het maar eens na! We moeten elkaar niet de maat nemen. Er zijn nu eenmaal mensen die graag met veel duiven spelen. Dat moeten we respecteren en niet verbieden. Samen kun je dingen afspreken. Bijvoorbeeld, hoeveel duiven per liefhebber prijs kunnen maken in klein verband. Dan kan iedereen weer een prijsje pakken en op de uitslag komen. Praat erover, niet over elkaar, maar MET elkaar. Zodat net weer leuk wordt en uitdagend. Zodat het voor zo goed als iedereen weer een plezier wordt om naar de club te gaan. Kom op mannen, maak er samen wat van samen!
Willem Mulder
Grote liefhebbers, een gevaar voor de duivensport? (deel 2)
De insteek van het eerste artikel was om binnen de eigen club eens met elkaar te praten, hoe we 't het volgende jaar gaan opzetten. Kleine en grote liefhebbers. En wel op een manier, dat iedereen er weer plezier aan kan beleven. De AOW-er, de jonge beginnende liefhebber, de drukke ondernemer, de werkende en niet werkende leden etc. De club is immers van alle leden. Er zijn fanatieke leden, die op de voorgrond willen treden. Er zijn liefhebbers met veel duiven die landelijke successen willen behalen. Er zijn liefhebbers die duiven houden omdat ze dat leuk vinden. Die al blij zijn dat hun duifjes weer allemaal thuis zijn gekomen. De club is er voor alle leden, dus zullen we moeten proberen om het zo te regelen, dat die ook allemaal tot hun recht komen. Je zou b.v. kunnen kiezen voor het oprichten van een kleine A divisie en een veel grotere B divisie. In de A divisie zitten vooral mensen die op afdelingsniveau strijd willen leveren. In de grotere B divisie zitten mensen die graag met duiven spelen en minder tijd hebben, of minder ambitie, gewone doorsnee liefhebbers, jonge en nieuwe liefhebbers, ik noem maar een dwarsstraat. Of je zou kunnen kiezen voor een maximum (b.v. maximaal 20 stuks) aan prijsduiven per liefhebber. Speel je 100 duiven, dan kunnen de eerste 20 prijs maken. Speel je er 20, dan kunnen alle duiven prijs maken. Dan gaat de uitslag er in de club of in een kleine CC weer anders uitzien. Ik zeg maar wat.
Ik ben niet voor grote liefhebbers of juist voor kleine. Ik ben voor om de duivensport weer samen te beleven. Meer gezelligheid en respect voor elkaar. In steeds meer gebieden zie je een tweedeling. De grote liefhebbers bepalen er alles. Het is niet meer leuk om daar tegen te spelen. Veel liefhebbers stoppen uit frustratie daarom met de sport. Dat mogen we eigenlijk niet laten gebeuren. De vraag is, hoe kunnen we dat voorkomen of weer terugdraaien. De grote liefhebber moet zich te realiseren, dat er honderden motivaties kunnen zijn om duiven te houden. En die moeten we met elkaar in stand houden. Dat kan niet als zijj alleen de uitslag volledig gaat beheersen. Probeer eens om begrip te krijgen voor elkaars standpunten en dan samen een goed doordacht systeem ontwikkelen waar een ieder tot zijn recht komt. Dat kun je alleen maar, door het er samen over te hebben. Het seizoen is afgelopen. We hebben er nu de tijd voor.
Veel succes ermee. Willem Mulder
Gepost door: Wiebren van Stralen op zaterdag 1 oktober 2011 Zonder nadrukkelijke voorafgaande schriftelijke toestemming van Duivenlog.nl is
het niet toegestaan materiaal van Duivenlog.nl te publiceren, kopiëren of
reproduceren voor gebruik op uw website of die van iemand anders.
Nieuwsbrief
Wilt u op de hoogte worden gehouden van nieuws en activiteiten van Duivenlog.nl?
Meld u dan nu aan bij de Nieuwsbrief.
Agenda
Binnenkort beschikbaar.
Archief
Klik hier voor het complete archief van Duivenlog.nl